Een dakkapel kan het beste in overleg met de rietdekker worden gesteld.
Onder de onderdorpel van de dakkapel moet voldoende (± 250 mm) ruimte overblijven
om het dekriet goed te kunnen bevestigen.
De helling aan de bovenkant van de dakkapel is gebonden aan een minimale
hellingshoek (zie onder Dakhelling). De onderconstructie van een dakkapel moet
minimaal 600 mm onder de nok blijven om een goede afdichting en een mooie
nokafwerking te kunnen verkrijgen.